Soms reageren we sterker dan we zelf begrijpen. Een opmerking van onze partner raakt ons diep. We voelen ons plotseling afgewezen, worden boos, trekken ons terug of doen alsof het ons niets kan schelen.
Vaak gaat zo’n reactie niet alleen over wat er op dat moment gebeurt. Er wordt iets ouds geraakt: een pijnlijke overtuiging over onszelf die we al lange tijd met ons meedragen.
De metafoor van de kelder met de stenen helpt om te begrijpen wat er op zulke momenten vanbinnen gebeurt.
Een huis met een verborgen kelder
Stel je voor dat ieder mens vanbinnen een huis heeft.
Op de bovenverdieping speelt het dagelijks leven zich af. Daar werken we, praten we met anderen, zorgen we voor ons gezin en proberen we alles zo goed mogelijk te regelen. Het is de plek waar we onszelf aan de buitenwereld laten zien.
Maar onder dat huis bevindt zich een kelder.
In die kelder liggen zware stenen. Op iedere steen staat een pijnlijke boodschap, zoals:
- Ik ben niet goed genoeg.
- Ik doe er niet toe.
- Ik ben te veel.
- Ik ben niet de moeite waard.
- Ik ben een last.
- Uiteindelijk word ik toch verlaten.
Deze overtuigingen zijn meestal niet bewust gekozen. Ze kunnen zijn ontstaan door afwijzing, kritiek, emotionele afwezigheid, verlies, trauma of ervaringen waarin we ons niet gezien, beschermd of geliefd voelden.
De muur die ons ooit beschermde
Omdat deze overtuigingen zoveel pijn doen, bouwen we als het ware een muur om de kelder heen.
Die muur heeft lange tijd een belangrijke functie gehad. Hij hielp ons om door te gaan. Misschien leerden we hard te werken, alles zelf op te lossen, niemand nodig te hebben of onze gevoelens niet te laten zien.
Zo konden we blijven functioneren.
Maar dezelfde muur die ons beschermt tegen pijn, kan ook liefde, troost en verbondenheid tegenhouden. Wanneer iemand dichtbij komt, kan dat daarom onbewust bedreigend voelen.
Ons zenuwstelsel reageert dan alsof er gevaar dreigt. We worden boos, sluiten ons af, gaan pleasen, trekken ons terug of zoeken juist wanhopig bevestiging.
Niet omdat we lastig zijn, maar omdat iets in ons probeert te voorkomen dat die oude pijn opnieuw wordt gevoeld.
Voorzichtig naar beneden
In therapie kan het helpend zijn om voorzichtig naar die kelder af te dalen.
Dat betekent niet dat alle pijnlijke ervaringen onmiddellijk moeten worden besproken. Het betekent ook niet dat iemand gedwongen wordt om gevoelens te ervaren waarvoor hij of zij nog niet klaar is.
De therapeut loopt als het ware naast je, met een lamp in de hand.
Samen wordt onderzocht:
- Welke overtuiging wordt hier geraakt?
- Wat voel je in je lichaam?
- Waar ben je op dat moment bang voor?
- Wat probeer je te beschermen?
- Wat zou je eigenlijk nodig hebben?
Langzaam kan er een steen zichtbaar worden.
Misschien staat erop: Ik ben niet genoeg.
Of: Als ik laat zien wat ik voel, word ik afgewezen.
Het herkennen van zo’n steen kan pijnlijk zijn. Tegelijkertijd kan het ook opluchten. Wat eerst alleen als spanning, boosheid of verdriet werd ervaren, krijgt een betekenis.
De steen laten zien
Een belangrijk moment ontstaat wanneer iemand zijn of haar steen aan een ander durft te laten zien.
Bijvoorbeeld aan een partner:
“Wanneer jij afstand neemt, raak ik niet alleen geïrriteerd. Diep vanbinnen ben ik bang dat ik niet belangrijk voor je ben.”
Of:
“Ik doe alsof ik je niet nodig heb, maar eigenlijk ben ik bang dat je mij afwijst wanneer ik laat zien hoe kwetsbaar ik ben.”
Dit vraagt moed.
De ander hoeft de steen niet weg te nemen of de pijn direct op te lossen. Het belangrijkste is dat hij of zij aanwezig blijft en laat merken:
Ik zie wat dit met je doet. Je hoeft dit niet alleen te dragen. Ik blijf bij je.
Juist zo kan een nieuwe emotionele ervaring ontstaan.
De stenen hoeven niet volledig te verdwijnen
Het doel van therapie is niet altijd dat alle oude overtuigingen verdwijnen.
Sommige stenen blijven onderdeel van onze geschiedenis. Het verschil is dat ze niet langer ons hele huis hoeven te bepalen.
We kunnen leren:
- oude overtuigingen eerder te herkennen;
- gevoelens te verdragen zonder erin te verdwijnen;
- onze behoeften duidelijker uit te spreken;
- steun en nabijheid toe te laten;
- met meer mildheid naar onszelf te kijken.
De kelder verandert dan langzaam van een plek die vermeden moet worden in een ruimte waar we met aandacht en compassie kunnen zijn.
De muren worden dunner. Er komt meer licht en lucht binnen. En wat eerst verborgen moest blijven, kan onderdeel worden van echt contact.
Van bescherming naar verbinding
Veel patronen die vandaag problemen veroorzaken, zijn ooit ontstaan als bescherming.
Door te begrijpen waar deze patronen vandaan komen, ontstaat er ruimte om andere keuzes te maken. Niet door de muur hardhandig af te breken, maar door voorzichtig te ontdekken dat we de kelder niet langer alleen hoeven binnen te gaan.
Soms begint verandering met één steen.
Eén pijnlijke overtuiging die eindelijk gezien mag worden.
En één ervaring waarin iemand blijft, juist wanneer we laten zien wat we het liefst verborgen houden.
Plaats een reactie